Nog zoveel meertjes te gaan…

“Wat zal ik eens gaan doen vandaag?” was de gedachte die door mijn hoofd galmde. Ik keek naar buiten en de zon scheen warmpjes, maar de wind trok aan. Ik reed met de auto langs Mién en keek over het grote meer uit en het water was mooi vlak! “Ah mooi! De wind staat gunstig!” Terug naar huis, viskajak op het dak geknoopt en was het tijd om een nieuw meertje te bevissen.

Hier in de omgeving liggen talloze meren! Van klein naar groot en van venig naar helder. Vanaf de kant vissen is altijd een hele onderneming daar de bomen, het riet, veenmos en gagelstruiken het haast onmogelijk maken om, vanaf de kant, je hengel uit te werpen. Een boot biedt dan een uitkomst, maar dan moet er wel ergens een bootramp liggen. De kleinere verborgen meren hebben geen bootramp en ze liggen meestal diep verscholen in het bos. Een viskajak biedt hier de ideale uitkomst!

Deze verscholen meertjes worden maar weinig bevist en het vangen van vis is haast voorspelbaar. En toch kun je het nooit voorspellen. Ze bijten, of ze bijten niet. Of zoals die man met z’n oorbelletje altijd zei: “To be, or not to be!” Je weet het niet. Zeker als het om nieuw water gaat, is het altijd zoeken naar vis. Waar liggen de onderwaterstructuren? Waar staat de wind op? Wat is de diepte? Hoe ziet de onderwatervegetatie eruit? Het laatste behoort eigenlijk ook tot de onderwaterstructuur. En dan het weer! Temperatuur, wind, regen, bewolkt, zon. Het zijn allemaal factoren die meespelen bij een goede, slechte of helemaal geen visvangst. Maar als je nooit op het water zit, vang je ook niets!

 

Na een mooie boswandeling is het genieten van de rust en de eenzaamheid. Het is een rijkdom om te beseffen dat je het hele meer voor jezelf hebt. Geen andere personen waarmee je het meer moet delen. Het kan trouwens ook zijn dat het gewoon rustig was, omdat het een doordeweekse dag was. Wat het ook mocht zijn, het hele meer was voor mijzelf!

Nadat de kajak in het water lag, peddelde ik rustig over het water om het meer goed te bekijken en te lezen. Als visserman lees je het water. Het is een taal die mij onbekend is, dus ik kijk er gewoon maar wat overheen! Waar staat de wind op en waar zie ik de waterleliebladeren, die door dezelfde wind omhoog worden getild? Dat zijn mooie plekken om te beginnen.

Je moet er de tijd voor nemen om het water te lezen. Tijd is relatief en je hebt toch niks beters te doen!

Nadat je het water hebt gelezen, weet je ongeveer wat de mooie plekken zijn om te beginnen. Ongeveer op een 30 meter voor de kant en al zoekend naar de gaten tussen de waterplanten, is de beste plek om rond te dobberen. Dat is een mooie afstand en dat zijn de mooiste plekken om je plug naartoe te werpen. Vanaf de kant trek je de plug weer het diepere water in. Op deze manier activeer je de snoeken en baarzen om uit hun schuilplaats te komen, om vervolgens je plug te pakken. Zo jagen roofvissen. Als kleine onderwatercommando’s liggen ze tussen de waterplanten te wachten, tot er een vis langs zwemt. Ze schieten uit hun schuilplaats, pakken de vis en vervolgens gaan ze weer terug in positie. Het is dan ook belangrijk dat je de plug langs de waterplanten trekt of diep ertussen probeert te werpen, zodat je zoveel mogelijk niches en gaten meepakt. Het is mooi en rustgevend werk!

De eerste vangst. Klein beginnen en groot eindigen!

Punten en uitstulpingen zijn ook altijd mooie plekken om naartoe te werpen. Het zogenaamde “pointhopping”. Deze uitstulpingen hebben veel structuur onderwater en zijn daarmee een ideale plek voor roofvis. Tevens zijn omgevallen bomen, die in het water terecht zijn gekomen, ideale structuren voor roofvis. Rustig en gecontroleerd vissen is hier het advies. Tenminste, als je geen pluggen of blinkers wilt verliezen. Maar ook daarmee is een kajak ideaal. Zit je vast? Dan peddel je ernaartoe en klaar!

Met waterlelies is het altijd wel raak!
Dicht langs de rietkanten en vooral in de gaten tussen het riet, zijn ideale plekken voor een snoek!

Na een aantal snoeken en baarzen te hebben gevangen aan de windkant, dacht ik wat verder rond te peddelen. Er lagen een drietal eilandjes in het meer. Zo nieuwsgierig als ik ben, trekken eilandjes mij altijd aan. Waarom weet ik niet, maar het lijken mij altijd van die onontdekte plekjes. Rustig aan, over de wat hogere golven in het midden van het meer, peddelde ik naar de eilandjes. Uit het niets een gekrijs en lawaai. Een geluid waar ik al aardig bekend mee ben, maar het verveeld nooit. Een visarend! De visarend kwam akelig dichtbij met een duikvlucht om mij af te schrikken. Dat doen ze niet zomaar en even verder kijkend, zag ik dat er een visarend nest bovenin een hoge grove den zat. Daardoor schreeuwde dat beest moord en brand en probeerde hij, of zij, mij weg te jagen. Prachtig mooi gezicht om zo’n prachtige en majestueuze vogel te zien! Daar hou ik van! Ik zat nog even te kijken en breide er een eind aan. Het leek mij dat die visarend wel wat beters te doen had, dan mij weg proberen te jagen. Ik peddelde weg en de visarend ging weer naar zijn, of haar, nest. Dat zijn de mooie momenten van het vissen, kanoën, kamperen of het maken van een mooie struintocht. De wonderlijke wereld van de Natuur. Het verveelt me nooit!

Deze foto is gemaakt op Åsnen, maar voor de beeldvorming komt hij aardig overeen.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *